Dataverbinding

Dataverbinding

Als je de telefoon de eerste keer inschakelt, wordt hij automatisch ingesteld op het gebruik van de gegevensverbinding van je mobiele aanbieder (als de SIM-kaart is geplaatst).

De gegevensverbinding in- of uitschakelen

Het uitschakelen van de gegevensverbinding verlengt de levensduur van de batterij en bespaart kosten voor gegevensverkeer. Als de gegevensverbinding echter niet is ingeschakeld en je bent ook niet met een Wi-Fi netwerk verbonden, ontvang je geen automatische updates van je e-mail, sociale netwerkaccounts en andere gesynchroniseerde informatie.
  1. Schuif op het Startscherm naar links.
  2. Tik op Instellingen > mobiel netwerk.
  3. Tik op de schakelaar Gegevensverbinding Aan/uit.

Verbindingsinstelling gebruiken

Met de toepasing Verbindingsinstelling is het heel eenvoudig om de instellingen voor de gegevensverbinding te wijzigen.

Als je een andere SIM-kaart gebuikt en de telefoon herstart, opent Verbindingsinstelling en stelt het de gegevensverbinding van de telefoon automatisch in aan de hand van de nieuwe SIM-kaart.

Als de mobiele aanbieder verschillende profielen voor verbindingsinstellingen voor zijn gegevensdiensten gebruikt (bijvoorbeeld verschillende instellingen voor internet en WAP), is het ook mogelijk om met deze toepassing eenvoudig van profiel te wisselen.

Naar een andere gegevensverbinding wisselen

Kies handmatig een mobiele aanbieder in Verbindingsinstelling als de app de gegevensverbinding van je telefoon niet automatisch heeft ingesteld, of als je naar een andere mobiele aanbieder moet wisselen zodat je een bepaalde gegevensdienst kunt gebruiken.
  1. Schuif op het Startscherm naar links.
  2. Tik op Verbindingsinstelling.
  3. Tik op > handmatig selecteren.
  4. Selecteer het te gebruiken land en mobiele aanbieder.
  5. Tik op om de veranderingen toe te passen.

Een nieuw toegangspunt toevoegen

Een toegangspuntnaam (ofwel access point name, APN) is het adres dat de telefoon gebruikt om verbinding te maken met het gegevensnetwerk. Standaard worden APNs automatisch ingesteld als je de telefoon voor het eerst instelt. Als je mobiele gegevensverbinding niet werkt of je kunt geen multimedia (MMS) bericht sturen, kun je proberen een nieuwe APN in te voeren aan de hand van je locatie en de mobiele aanbieder.
Belangrijk: Voordat je dit toevoegt, moet je de naam en instellingen van het toegangspunt (inclusief gebruikersnaam en wachtwoord indien nodig) aanvragen bij je mobiele aanbieder.
  1. Schuif op het Startscherm naar links.
  2. Tik op Instellingen > mobiel netwerk.
  3. Tik op internet apn toevoegen of op mms apn toevoegen.
  4. Voer de APN en andere verplichte instellingen in.
  5. Tik op om het op te slaan.

Gegevensroaming inschakelen

Maak verbinding met de netwerken van partners van je mobiele aanbieder voor toegang tot dataservices wanneer je buiten het bereik van het netwerk van de mobiele aanbieder bent.

Waarschuwing: Het gebruik van gegevensverbindingen tijdens roaming kan veel geld kosten. Neem contact op met je mobiele aanbieder over de tarieven voor roaming voordat je daar gebruik van maakt.
  1. Schuif op het Startscherm naar links.
  2. Tik op Instellingen > mobiel netwerk.
  3. Tik in het vakje Opties voor gegevensroaming en tik op roam.
0 mensen vonden dit bruikbaar