Wi-Fi

Wi-Fi

Wi-Fi geeft draadloze toegang tot het Internet over afstanden tot 100 meter (300 voet). Om Wi-Fi op uw telefoon te gebruiken, hebt u toegang nodig tot een draadloos toegangspunt of "hotspot".

De beschikbaarheid en het bereik van Wi-Fi-signalen zijn afhankelijk van het aantal, de infrastructuur en andere objecten waar het signaal doorheen gaat.

Wi-Fi inschakelen en verbinding maken met een draadloos netwerk

  1. Druk in het begin scherm op MENU en tik op Instellingen > Draadloos en netwerken
  2. Schakel het selectievakje Wi-Fi in om Wi-Fi in te schakelen. De telefoon scant naar beschikbare draadloze netwerken.
  3. Tik op Wi-Fi-instellingen. De netwerknamen en beveiligingsinstellingen van de gevonden Wi-Fi-netwerken worden in het deel Wi-Fi-netwerken getoond.
  4. Als het draadloze netwerk waarmee u verbinding wilt maken niet in de lijst met gedetecteerde netwerken staat, schuift u omlaag en tikt u op Wifi-netwerk toevoegen. Voer de instellingen van het draadloze netwerk in en tik op Opslaan.
  5. Tik op het gewenste Wi-Fi-netwerk om daar verbinding mee te maken.
    • Wanneer u een open (niet-beveiligd) netwerk selecteert, wordt u automatisch verbonden met het netwerk.
    • Als u een netwerk selecteerd dat met WEP is beveiligd, typt u de WEP (beveiligings)-sleutel en tikt u op Verbinding maken.
    Opmerking: Afhankelijk van het type netwerk en de beveiligingsinstellingen moet u mogelijk meer informatie opgeven of een beveiligingscertificaat kiezen.

Wanneer uw telefoon verbinding heeft met een draadloos netwerk, wordt het Wi-Fi-pictogram weergegeven in de statusbalk en ziet u de signaalsterkte (aantal verlichte balken).

De volgende keer dat uw telefoon verbinding maakt met een beveiligd draadloos netwerk dat u eerder hebt gebruikt, wordt u niet meer gevraagd om de sleutel of andere beveiligingsgegevens in te voeren, behalve wanneer u de fabrieksinstellingen van de telefoon terugzet.

Verbinding maken met een Wi-Fi netwerk met EAP-TLS beveiliging

U moet mogelijk een netwerkcertificaat (*.p12) op uw telefoon installeren voodat u verbinding kunt maken met een Wi-Fi netwerk met het EAP-TLS verificatieprotocol.
  1. Sla het certificaat op in de basismap van de geheugenkaart.
  2. Druk in het begin scherm op MENU en tik op Instellingen > Beveiliging
  3. Tik op Installeren van SD-kaart.
  4. Selecteer het netwerkcertificaat dat nodig is om het EAP-TLS-netwerk te bereiken.
  5. Volg de stappen in Wi-Fi inschakelen en verbinding maken met een draadloos netwerk om verbinding te maken met het Wi-Fi netwerk.

De status van het aangesloten netwerk controleren

  1. Druk in het begin scherm op MENU en tik op Instellingen > Draadloos en netwerken
  2. Tik in het scherm Draadloos en netwerken op Wi-Fi-instellingen en vervolgens op het draadloze netwerk waarmee de telefoon is verbonden.
Een bericht verschijnt met de naam van het Wi-Fi netwerk, de status, snelheid, signaalsterkte enzovoort.
Opmerking: Als u de instellingen voor dit netwerk van uw telefoon wilt verwijderen, tikt u in dit vak op Vergeten, U moet in dat geval de instellingen nogmaals invoeren wanneer u verbinding maakt met dit draadloze netwerk.

Verbinding maken met een ander Wi-Fi-netwerk

  1. Druk in het begin scherm op MENU en tik op Instellingen > Draadloos en netwerken
  2. Tik op Wi-Fi-instellingen. Gedetecteerde draadloze netwerken worden in de sectie Wi-Fi netwerken getoond.
  3. Als u handmatig wilt scannen naar beschikbare Wi-Fi netwerken, drukt u in het scherm WiFi-instellingen op MENU en tikt u op Scannen.
  4. Tik op een Wi-Fi-netwerk om verbinding te maken.
0 mensen vonden dit bruikbaar